« alle teksten
Heden of verleden
Vindt de actie plaats in het heden of verleden?
vraag 1:
Ich seit vier Jahren Busfahrer.
1 sein
2 gewesen
3 war
4 bin
vraag 2:
Sie damals beste Freunde.
1 gewesen
2 sind
3 sein
4 waren
vraag 3:
Zoe ist gerade auf dem Weg zum Bäcker. Sie dort jeden Morgen fünf Brötchen.
1 kaufte
2 kauft
3 kaufen
4 gekauft
vraag 4:
Hans hat seinen Arm gebrochen, weil er gestern vom Stuhl ist.
1 fiel
2 fällt
3 gefallen
4 fallte
Beantwoord alle vragen over de tekst:
Je hebt 0 van de 4 vragen beantwoord.
Je hebt 0 van de 4 vragen beantwoord.

[xyz]