« alle teksten
Aus of von
In de volgende taak gaat het erom de juiste voorzetsels 'aus' of 'von' te bepalen. Beide voorzetsels kunnen een herkomst of vertrekpunt uitdrukken, maar worden in verschillende contexten gebruikt: 'aus' staat meestal bij gesloten plaatsen, landen en materialen, 'von' bij personen, open plaatsen en activiteiten. Kies voor elke zin het juiste voorzetsel.
vraag 1:
Sie erholt sich der Krankheit.
1 von
2 aus
vraag 2:
Das Haus ist Stein gebaut.
1 von
2 aus
vraag 3:
Der Mantel ist Leder.
1 von
2 aus
vraag 4:
Sie tut das Langeweile.
1 von
2 aus
vraag 5:
Die Rechnung kommt meinem Zahnarzt.
1 von
2 aus
vraag 6:
Er liest einem Buch vor.
1 aus
2 von
vraag 7:
Das Bild wurde einem Kind gemalt.
1 von
2 aus
vraag 8:
Das Geschenk ist einem Freund.
1 aus
2 von
vraag 9:
Er verabschiedet sich seinen Gästen.
1 aus
2 von
vraag 10:
Sie trinkt einer Tasse.
1 von
2 aus
vraag 11:
Sie fragt Interesse nach.
1 von
2 aus
vraag 12:
Der Preis hängt der Größe ab.
1 aus
2 von
vraag 13:
Die Schale ist Holz.
1 von
2 aus
vraag 14:
Der Käse kommt der Schweiz.
1 aus
2 von
vraag 15:
Er hat das seinem Vater gelernt.
1 aus
2 von
vraag 16:
Er lebt seiner Rente.
1 aus
2 von
vraag 17:
Sie ist der Idee überzeugt.
1 aus
2 von
vraag 18:
Das Kind ist der langen Fahrt müde.
1 aus
2 von
Beantwoord alle vragen over de tekst:
Je hebt 0 van de 18 vragen beantwoord.
Je hebt 0 van de 18 vragen beantwoord.

[xyz]