Basis
Premium kopen
VersionENDEFRESIT
zur Version in deutscher Sprache
to the English version
á la version française
a la versión en español
per la versione italiana
« alle teksten

Onregelmatige voltooide deelwoorden

In de Engelse grammatica kunnen onregelmatige verleden deelwoorden en werkwoordsvormen verwarring veroorzaken bij taalstudenten. Het onregelmatige verleden deelwoord en de vervoeging van onregelmatige werkwoorden in de tijden van de Present Perfect en de Past Perfect volgen niet de standaardregels en moeten worden gememoriseerd.

Met deze zes online oefeningen kun je de belangrijkste vormen van onregelmatige werkwoorden oefenen of de werkbladen in PDF-formaat downloaden

vraag 1:
She had ? (to do) her homework before going out.
1 doned
2 doed
3 done
4 did
vraag 2:
He has ? (to drink) too much and now feels sick.
1 drinked
2 drunk
3 drank
4 drunken
vraag 3:
She had ? (to drive) for hours before arriving at her destination.
1 driven
2 drove
3 drived
4 drave
vraag 4:
I had ? (to forget) about our meeting until you reminded me.
1 forgotten
2 forgot
3 forgetted
4 forgat
vraag 5:
The package has been ? (to bring) inside.
1 brung
2 bringed
3 brang
4 brought
vraag 6:
I have ? (to keep) this book for a long time.
1 keept
2 keepen
3 keeped
4 kept
vraag 7:
She has ? (to know) him for years.
1 knowed
2 known
3 knew
4 knowen
vraag 8:
They have ? (to put) the dishes away.
1 putted
2 put
3 putten
4 puten
vraag 9:
I have ? (to read) that book before.
1 readen
2 red
3 read
4 readed
vraag 10:
She has ? (to see) that movie twice already.
1 seen
2 seened
3 seed
4 saw
vraag 11:
They had ? (to take) the dog for a walk before it started raining.
1 taken
2 took
3 taked
4 takened
vraag 12:
She had ? (to be) to that restaurant before and liked it a lot.
1 bed
2 were
3 was
4 been
vraag 13:
They had ? (to go) to bed by the time I got home.
1 goed
2 wane
3 gone
4 went
vraag 14:
They ? (to have) already had dinner when I arrived.
1 had
2 haved
3 hadded
4 haven
vraag 15:
He had ? (to make) a lot of progress before he got stuck.
1 maked
2 makeed
3 maden
4 made
vraag 16:
He had ? (to say) that he would be here by noon.
1 saided
2 saiden
3 said
4 sayed
vraag 17:
I had ? (to speak) to him earlier in the day.
1 spoken
2 speaked
3 speaken
4 spoke
vraag 18:
She has ? (to get) a new job.
1 getten
2 gotten
3 getted
4 get
Beantwoord alle vragen over de tekst:
Je hebt 0 van de 18 vragen beantwoord.